bron: cultuurhistorische beschrijving,  monumentenhuis Limburg, R.Denessen 2013

In oorsprong omgracht herenhuis met gekoppelde agrarische functie,
bestaande uit twee naast elkaar gelegen bouwvleugels, een ‘huis’ en een ‘hof’,
met daartussen een compacte binnenplaats. Het complex is gelegen op een
langwerpig perceel aan de zuidoostzijde van de Buelterstraat in de kern
Boekend (gemeente Venlo, stadsdeel Blerick), evenwijdig aan de openbare
weg. Het gebied waarin het complex is gelegen wordt aangeduid met de naamheershof
Egerboschveld.
De Heershof ligt in de onmiddellijke nabijheid van de  A73, de snelweg passeert de boerderij op korte afstand aan de oostzijde. Omdat de Heershof in de oorspronkelijke plannen aanvankelijk exact op het tracé van de snelweg  gesitueerd was, zijn de
gebouwen en het omliggende terrein destijds door de Rijksoverheid aangekocht met de bedoeling om de opstallen te slopen. Omdat de A73 in oostelijke richting is opgeschoven is uiteindelijk van sloop afgezien en bleven de gebouwen
gespaard. De  bestemming van de Heershof is onderwerp van studie geweest en is uiteindelijk het dier-zorg project “De Stroezelhut” geworden.

Voor het complex bestaan twee verschillende benamingen: Heershof en
Laerhuis. Deze dubbele naamgeving houdt verband met de historische
tweedeling van het complex in een herenhuis en een hoeve. De naam Laerhuis
verwijst naar de belangrijkste eigenaren van het complex, de familie Van Laer,
die tot aan het einde van de achttiende eeuw aan de top van de maatschappelijke
ladder in het kerspel Blerick stond en tot ver in de negentiende eeuw
het herenhuis bewoonde. Behalve het dorp Blerick bestond het kerspel uit een
aantal zogenoemde rotten, waaronder de kernen Boekend en Hout-Blerick.
Heershof betekent in de oorspronkelijke feodale context: de hof van de
plaatselijke heer. Tegenwoordig wordt met de naam Heershof het totale
complex bedoeld. De aanduiding Laerhuis is nauwelijks meer in zwang.
Hoewel de Heershof mogelijk een laat-middeleeuwse agrarische stichting
betreft, dateert de tot nu toe vroegst bekende, specifieke aanduiding uit het
laatste kwart van de zeventiende eeuw. In 1677 werd het complex door
landmeter Cornelis Lowis ingetekend op een kaart van de Blerickse bezittingen
van de Abdij van Averbode. Vreemd genoeg lag het gebouw volgens deze kaart
niet aan de oostzijde, maar aan de westzijde van de huidige Buelterstraat.
Lowis tekende een carrévormig gebouw met schilddaken, hoge schoorstenen
en een dakruiter. Het is de vraag in hoeverre de weergegeven toestand
overeenstemt met de daadwerkelijke vorm van de Heershof in de zeventiendeheershof2
eeuw. Uit de kaart blijkt in elk geval dat het om een toentertijd belangrijk
complex ging. De overige Boekendse boerderijen zijn niet specifiek ingetekend
of aangeduid.
Uit lokaal onderzoek is gebleken dat de Heershof tot het einde van de
achttiende eeuw een feodale tweedeling kende. Zoals reeds aangestipt bestond
het complex uit een herenhuis, het ‘huis Laer’, en een boerderij — de hof —
waar de pachter of halfman woonde. In organisatorische zin betekende dit, dat
de ene helft van de opbrengst van het agrarische bedrijf voor de eigenaar
bestemd was en de andere helft voor de pachter. Het feodale systeem
verplichtte verder dat de Blerickse onderhorigen afdrachten in geld of in
goederen op de Heershof moesten brengen. Ook vond ter plaatse een lagere
vorm van rechtspraak plaats.4 Op het einde van de zeventiende eeuw behoorde
de Heershof toe aan Johan Bertram van Laer, een van de medeheren van het
kerspel Blerick. In 1679 brandde het huis af, waardoor Van Laer in één klap
vrijwel zijn gehele kapitaal in rook zag opgaan. Door tussenkomst van enkele
bereidwillige familieleden kon het complex herbouwd worden. De heerlijke
rechten, verbonden aan de Heershof, kwamen in de Franse Tijd (1794-1814) te
vervallen.
Uit een overzicht van hypothecaire inschrijvingen uit 1837 blijkt dat het
complex Heershof, inclusief het herenhuis, in die tijd in totaal 26 bunder, 37
roeden en 80 ellen omvatte. Tot 1855 was het goed in bezit van de familie Van
Laer, waarna de Blerickse aannemer Jan Antoon Linskens, gehuwd met
Charlotte van Laer, door erfdeling de nieuwe eigenaar werd. Bij de verkoop
van de Heershof aan de Venlose bankier Jan Gerard Hubert Wolters in 1875
werd nog expliciet melding gemaakt van de twee complexonderdelen: de
Heerschhof en het Laerenhuis, tezamen groot ongeveer 29 hectare, 73 aren en
25 centiare. Na het faillissement van de Woltersbank in 1883 ging het totale
bezit over in handen van de familie Steyns-Peron uit Venlo. Beide gebouwen,
zowel huis en hof, waren op dat moment bestemd tot woonhuis en bewoond.
In 1886 was alleen het zogenoemde Laerenhuis ingericht als woning; de
boerderij was in gebruik als stalling en schuur. De Heershof (inclusief Laerhuis)
werd in 1916 gekocht door de uit Meerlo afkomstige agrariër Servaas Antoon
Bovee, die de gebouwen met bijbehorende landerijen drie jaar later weer
doorverkocht aan Joseph van de Loo uit Ottersum. Van de Loo ging de
Heershof pas vanaf 1930 bewonen. In 1939 kwam de boerderij door scheiding
en deling in handen van Gerard Janssen uit Ottersum. Tot aan de verkoop van
het pand aan Rijkswaterstaat heeft zijn familie de Heershof bewoond. Op 1 april 2014 kwam de Heershof in eigendom van Loek Jacobs en Gea Bongaerts die er met hun zoon Sef gingen wonen en er het dier-zorgproject “de Stroezelhut” in starten. Waarmee het pand naast de gewenste maatschappelijke functie ook weer de uitstraling kreeg van een boerderij.